Ze zien er onschuldig uit met die rode vleugels en zwarte stippen, maar lieveheersbeestjes zijn keiharde jagers. Zowel de volwassen kevertjes als hun larven eten indrukwekkende hoeveelheden bladluizen per dag. En dat is precies wat je wil, want bladluizen zijn zelden alleen. Ze trekken mieren aan die ze beschermen, en zieke planten vol luizenresten lokken ook rouwvliegjes. Eén plaag trekt de volgende aan. Lieveheersbeestjes doorbreken die cyclus.
Waarom lieveheersbeestjes zo effectief zijn
Een volwassen lieveheersbeestje eet tot 50 bladluizen per dag. De larven zijn nog fanatieker: die vreten er soms honderden in hun korte leven. Maar er zijn in Nederland meer dan 80 soorten lieveheersbeestjes, en ze jagen niet allemaal op bladluizen. Het bekende zevenstippelige lieveheersbeestje is de meest effectieve bladluisjager en gelukkig ook de meest voorkomende in Nederlandse tuinen.
Het mooie zit hem in de kettingreactie die dat veroorzaakt. Minder bladluis betekent minder honingdauw, de kleverige suikerstof waar mieren dol op zijn. Minder mieren betekent minder bescherming voor de bladluis. En gezondere planten trekken minder rouwvliegjes aan. Eén klein beestje, groot effect.
Hoe herken je een lieveheersbeestjeslarf?
Dit is iets wat veel tuiniers niet weten, en daardoor per ongeluk verkeerd doen. De larven van lieveheersbeestjes zien er helemaal niet lief uit. Ze zijn langwerpig, grijs-zwart met oranje vlekken, meer een miniatuur krokodil dan een schattig kevertje. Veel mensen denken dat het een plaag is en verwijderen ze. Begrijpelijk, maar zonde, want de larven zijn nóg effectiever dan de volwassen kevertjes.
Als je ze in je tuin tegenkomt, laat ze dan gewoon zitten. Ze zitten vaak precies op de plek waar ook de bladluizen zitten: op de onderkant van bladeren, in jonge scheuten en langs de stengels van aangetaste planten.
Zo lok je ze naar je tuin
Lieveheersbeestjes komen vanzelf als er genoeg te eten en te schuilen is. De sleutel zit in de bloemen. Dille, venkel, goudsbloem en korenbloem zijn echte magneten. Ze zijn dol op de nectar van schermbloemigen en composieten en komen er keer op keer op af. Plant een paar van die soorten door je tuin en je hebt al snel regelmatige bezoekers. Wil je meteen aan de slag? Bekijk onze inheemse bloemenzaadjes en kies soorten die lieveheersbeestjes én andere nuttige insecten aantrekken.
Wat ook helpt: laat ze met rust. Geen gif, geen bestrijdingsmiddelen, geen opgeruimde tuin. Lieveheersbeestjes overwinteren graag in holle stengels, onder schors of tussen droge bladeren. Een rommelhoekje of een insectenhotel is voor hen een perfecte uitvalsbasis. Ze komen terug in het voorjaar, precies op het moment dat de eerste bladluizen verschijnen.
En tot slot: laat een paar bladluizen zitten op minder belangrijke planten. Dat klinkt tegenstrijdig, maar een kleine bladluiskolonie is het lokaas dat lieveheersbeestjes naar je tuin trekt en ze er ook houdt. Geen voedsel betekent geen reden om te blijven.
Wat kun je per seizoen verwachten?
Lieveheersbeestjes zijn seizoensdieren, en als je weet wanneer ze actief zijn kun je daar slim op inspelen.
In de vroege lente komen ze uit hun overwinteringsplek tevoorschijn. Ze zijn dan op zoek naar voedsel en beginnen snel met paren. Dit is het moment om bloemen te hebben staan en geen gif te gebruiken, zodat ze een goede start maken in jouw tuin.
In de zomer zijn ze op hun actiefst. De vrouwtjes leggen eitjes vlak bij bladluiskolonies, zodat de larven meteen voedsel hebben als ze uitkomen. Een tuin met veel variatie en weinig verstoring is dan het meest productief.
In de herfst zoeken ze een overwinteringsplek. Laat holle stengels staan, leg een stapeltje takken neer of hang een insectenhotel op. Zo overwinteren ze bij jou en zijn ze er volgend voorjaar weer.
Wat als de bladluizen al de overhand hebben?
Lieveheersbeestjes zijn een langetermijnoplossing. Ze bouwen zich op als jij je tuin goed inricht, maar ze lossen een acute uitbraak niet van de ene op de andere dag op. Heb je nu meteen last van mieren of rouwvliegjes als gevolg van een bladluisplaag? Dan kun je naast het lokken van lieveheersbeestjes ook biologische middelen inzetten die de balans herstellen zonder je nuttige insecten te raken.
Wat je sowieso moet vermijden: chemische insecticiden. Die doden niet alleen de bladluizen, maar ook de lieveheersbeestjes, hun larven en de eitjes die al zijn gelegd. Je schiet jezelf daarmee in de voet. Kies liever voor een biologische aanpak en geef de natuur de ruimte om het werk te doen.
Veelgemaakte fouten bij het lokken van lieveheersbeestjes
De grootste fout is te verwachten dat ze er meteen zijn. Lieveheersbeestjes vestigen zich in een tuin die al een tijdje aantrekkelijk is. Plant dit jaar de goede bloemen, laat een hoekje met rust en vermijd gif. Volgend seizoen merk je het verschil.
De tweede fout is de larven verwijderen. Zoals gezegd zien die er niet lief uit, maar ze zijn je beste bondgenoot. Leer ze herkennen en laat ze zitten.
En de derde fout: alleen denken aan lieveheersbeestjes als er al een plaag is. Ze werken het best als preventie, niet als brandweer. Bouw je tuin zo in dat ze er graag komen, en de bladluizen krijgen amper de kans.
Onderdeel van een groter geheel
Lieveheersbeestjes zijn één schakel in een gezond tuinsysteem. Combineer ze met andere natuurlijke helpers zoals loopkevers, egels en vogels en je tuin begint zichzelf te redden. Meer weten over hoe dat werkt? Lees dan ons artikel over biodiversiteit in je tuin.
Klaar om te beginnen? Bekijk onze inheemse bloemenzaadjes en geef lieveheersbeestjes en andere nuttige insecten precies wat ze nodig hebben om in jouw tuin te blijven.