De naam alleen al klinkt onheilspellend, maar sluipwespen zijn in werkelijkheid één van de nuttigste beestjes die je in je tuin of huis kunt hebben. Ze steken niet, vallen mensen niet lastig en zijn zo klein dat je ze amper ziet. Wat ze wel doen: doelgericht jagen op de larven van rouwvliegjes, trips en andere kleine plagen. Stilletjes, continu en volledig op eigen initiatief. Een sluipwesp die eenmaal zijn weg naar jouw planten heeft gevonden, werkt dag en nacht zonder dat jij er iets voor hoeft te doen.
Hoe werken sluipwespen?
Sluipwespen hebben een bijzondere jachtstrategie: ze leggen hun eitjes in of op de larven van andere insecten. De wespenlarve groeit op ten koste van de gastheer en doodt hem daarbij. Klinkt luguber, maar voor jouw planten is het uitstekend nieuws. Want de gastheer is precies het insect dat jij kwijt wil: de larve van een rouwvlieg, een trips of een witte vlieg.
Er zijn duizenden soorten sluipwespen, elk gespecialiseerd in een andere prooisoort. De soorten die het meest effectief zijn tegen rouwvliegjes behoren tot de familie van de Figitidae en Pteromalidae. Ze zijn zo klein dat je ze met het blote oog nauwelijks kunt onderscheiden van een stofje dat ronddwarrelt. Maar ze zijn er, en ze werken.
Waarom sluipwespen zo effectief zijn tegen rouwvliegjes
Rouwvliegjes zijn lastig te bestrijden omdat de plaag zich ondergronds opbouwt, in de potgrond van je kamerplanten of in de tuinbodem. De vliegjes die je boven de grond ziet zijn al volwassen en hebben dan al eieren gelegd. Sluipwespen pakken de keten eerder aan. Ze zoeken actief naar larven en poppen in de bovenlaag van de grond en leggen daar hun eitjes in. Daardoor wordt de volgende generatie rouwvliegjes al uitgeschakeld voordat die kan uitvliegen.
Dat maakt sluipwespen tot een ideale aanvulling op aaltjes en roofmijten. Aaltjes dringen larven van binnenuit aan, roofmijten pakken ze van buitenaf, en sluipwespen parasiteren de poppen. Samen bestrijken ze de hele levenscyclus van de rouwvlieg.
Zo trek je sluipwespen aan
Sluipwespen hebben nectar nodig als voedsel voor de volwassen exemplaren. Zonder die voedselbron vestigen ze zich niet in jouw tuin, ook al is er genoeg prooi. De sleutel zit in de bloemen. Kleine, open bloemetjes waar sluipwespen makkelijk bij kunnen zijn ideaal: dille, koriander, venkel, goudsbloem en wilde peen zijn echte magneten. Schermbloemigen in het bijzonder trekken sluipwespen massaal aan. Plant ze door je borders en moestuin en je creëert een continue voedselbron.
Variatie in de beplanting helpt ook. Hoe meer verschillende bloeiende planten er in je tuin staan, hoe meer soorten sluipwespen je aantrekt en hoe breder het spectrum van plagen dat ze bestrijden. Een monocultuur van één gewas is voor sluipwespen zo interessant als een lege koelkast.
Laat ook een beetje bladluis zitten op minder belangrijke planten. Bladluizen zijn voor sommige sluipwespsoorten een secundaire voedselbron en een reden om in de buurt te blijven. Een kleine bladluiskolonie op een onbelangrijke plant is geen ramp maar een lokaas.
Sluipwespen uitzetten: wanneer heeft dat zin?
Naast het aantrekken van wilde sluipwespen kun je ook gericht sluipwespen bestellen en uitzetten. Dat is met name nuttig in afgesloten omgevingen zoals kassen, serres of kamers met veel kamerplanten, waar wilde sluipwespen minder snel op eigen houtje naartoe komen. In de open tuin vinden ze doorgaans zelf hun weg als de omstandigheden goed zijn.
Als je sluipwespen wil uitzetten, doe dat dan vroeg in het seizoen of zodra je de eerste tekenen van een plaag ziet. Wacht niet tot de plaag al volledig uit de hand is gelopen: sluipwespen zijn preventie en vroege interventie, geen crisismanagement.
Wat je moet vermijden
Chemische insecticiden zijn de grootste bedreiging voor sluipwespen. Ze zijn klein en kwetsbaar en worden net zo makkelijk gedood als de plaag die je wil bestrijden. Gebruik je een spray tegen rouwvliegjes of trips, dan schakel je tegelijkertijd de sluipwespen uit die die plaag voor je aan het oplossen waren. Kies altijd voor biologische alternatieven en geef de natuur de ruimte om zijn eigen balans te vinden.
Ook een te opgeruimde tuin werkt tegen je. Sluipwespen hebben schuilplekken en overwinteringsplekken nodig: holle stengels, dichte begroeiing, een rommelhoekje. Een kale, strakke tuin is voor sluipwespen even onleefbaar als een tuin vol gif.
Sluipwespen door het seizoen
Sluipwespen zijn actief van het vroege voorjaar tot de late herfst. In de lente komen ze tevoorschijn zodra het warm genoeg is en gaan meteen op zoek naar voedsel en gastheren. Dit is het moment om bloeiende planten klaar te hebben staan: de eerste sluipwespen van het seizoen bepalen of jouw tuin aantrekkelijk genoeg is om in te blijven.
In de zomer zijn ze op hun actiefst en houden ze plagen structureel laag. In de herfst sterven de meeste volwassen sluipwespen af, maar hun nakomelingen overwinteren als pop in de gastheer of in beschutte plekjes in de bodem. Die komen het volgende voorjaar terug. Een tuin die goed ingericht is voor sluipwespen heeft ze daardoor elk jaar opnieuw, zonder dat je er iets voor hoeft te doen.
Onderdeel van een groter geheel
Sluipwespen zijn het meest effectief als onderdeel van een breder systeem van natuurlijke helpers. Combineer ze met spinnen die de volwassen vliegjes vangen, roofmijten die de larven in de potgrond aanpakken en aaltjes voor een grondige biologische aanpak van de bodem. Samen bestrijden ze de rouwvlieg op elk stadium van zijn levenscyclus. Meer weten over hoe je een gifvrije tuin opbouwt? Lees ons artikel over biodiversiteit in je tuin.
Wil je meteen actie ondernemen tegen rouwvliegjes? Bekijk onze aaltjes tegen rouwvliegjes als snelle, gifvrije oplossing die perfect samenwerkt met sluipwespen en andere natuurlijke helpers.